Scenario D:

Boeren rond de kern

Hier is de Brabantse agrofoodsector onderdeel van een gesloten nationale economie. Er is nauwelijks handelsverkeer met de landen om ons heen. De overheid stimuleert bedrijven en burgers – al dan niet georganiseerd in collectieven – samen te zorgen voor voldoende voedselproductie. Samen zijn we boer. De behoefte van de eigen bevolking bepaalt wat er geproduceerd wordt: voedsel uit de eigen streek is belangrijk. Het duurder geworden aanbod beperkt zich vooral tot streek- en seizoengebonden producten. Dat voedsel produceren we in verbinding met de natuur en voor onze eigen bevolking. Onze veestapel is proportioneel. We produceren ons voedsel extensief en grondgebonden en telen veel diverse gewassen. Vroeger noemden we dat het gemengde bedrijf. De werkgelegenheid en de inkomenskansen in de landbouw nemen toe.

Typerend voor dit scenario is het beslag op de ruimte. Voor de extensieve en diverse voedselproductie is veel oppervlak en grond nodig, ook vanwege de relatief lagere opbrengst per hectare. Dit is geen probleem, want de verstedelijking is afgenomen, en de steden zelf zijn vergroend. Op het platteland wonen we naast en met natuur en voedselvoorziening. Omdat veel voedsel ‘van hier’ komt, vinden we het belangrijk dat de productie ervan in evenwicht is met de omgeving. De biodiversiteit neemt daarom toe maar de ruimte voor de natuur neemt sterk af.

Wat gebeurt er met de brabantse barometer in dit scenario?

Barometer_D_website